De ACM krijgt mogelijk meer ruimte om overnames in de kinderopvang te onderzoeken, ook kleinere overnames die nu onder de gewone omzetdrempels blijven. Dat komt door het wetsvoorstel Wet inroepbevoegdheid ACM, dat in de Tweede Kamer is behandeld en waarbij de kinderopvang meerdere keren als voorbeeld werd genoemd. Voor jou als kinderopvangondernemer betekent dit vooral iets voor je planning en je dossier: een overname of fusie die je nu voorbereidt, kan straks langer duren en meer onderbouwing vragen. En dat terwijl de Wet financiering kinderopvang (WFK) vanaf 2029 juist redenen kan geven om schaal te zoeken.
Wat verandert er precies aan de toetsing van overnames
Nu geldt een meldingsplicht bij de ACM pas als beide partijen genoeg omzet hebben. Veel overnames in de kinderopvang blijven daaronder, omdat het gaat om een handvol locaties of een lokale aanbieder. In het wetsvoorstel zit een zogenoemde asymmetrische omzetdrempel. Tijdens de behandeling is gesproken over een grens van 30 miljoen euro, met het voorstel die te verhogen naar 50 miljoen euro. Het punt is dat niet beide organisaties zo groot hoeven te zijn: een groot concern dat een veel kleinere organisatie overneemt, kan dan alsnog in beeld komen. In het debat werden Partou en Kindergarden genoemd als organisaties met genoeg omzet om boven zo'n drempel uit te komen, niet als verwijt maar om te laten zien hoe de regeling zou werken.
De achtergrond is wat kralenrijgen wordt genoemd. Een organisatie neemt niet in een keer een grote concurrent over, maar koopt achter elkaar kleinere aanbieders en losse locaties. Denk aan een organisatie die eerst een aanbieder met vijf locaties overneemt, enkele jaren later een met acht locaties toevoegt en daarna nog een paar losse locaties. Elke stap lijkt beperkt, maar samen kunnen tientallen locaties onder een concern vallen. Voor de toezichthouder is dat interessant, omdat kinderopvang voor ouders geen landelijke markt is. Ouders kiezen dicht bij huis, werk of school, dus de relevante markt kan een gemeente of zelfs een stadsdeel zijn.
Hoe de ACM in de praktijk naar kinderopvang kijkt
Dat is geen theorie. Bij de fusie van KidsFoundation en Partou keek de ACM naar zeer lokale markten in Amsterdam en zag op een aantal plekken risico's omdat ouders te weinig alternatieven zouden overhouden. De fusie werd niet verboden, maar er moesten locaties worden verkocht om voldoende concurrentie te houden. Bij de overname van Op Stoom door CompaNanny keek de ACM ook gedetailleerd naar de lokale situatie; die overname mocht doorgaan omdat er genoeg alternatieven voor ouders bleven. Groot worden is dus niet verboden, de vraag is of er genoeg keuze overblijft.
Wat dat van jou vraagt, is vooral administratief werk. Hoeveel kindplaatsen heb je per locatie, per postcodegebied en per opvangvorm? Hoeveel daarvan zijn daadwerkelijk gevuld en hoe lang is je wachtlijst? Hoeveel overnames deed je de afgelopen jaren in dezelfde regio, en welke locaties zaten daarbij? Wie die gegevens per kwartaal netjes bijhoudt, kan een vraag van een toezichthouder, bank of koper binnen dagen beantwoorden. Wie het niet bijhoudt, is weken bezig met het uitpluizen van oude contracten en losse spreadsheets. En let op: het gaat niet alleen om commerciële partijen. Bijna 60 procent van de honderd grootste kinderopvangorganisaties is een stichting of heeft een stichting in de concernstructuur, en ook stichtingen fuseren en nemen over.
Waarom de WFK juist de andere kant op kan duwen
Vanaf 2029 moet de overheid volgens de plannen de vergoeding rechtstreeks aan kinderopvangorganisaties betalen in plaats van via de kinderopvangtoeslag. Kinderopvang wordt daarbij aangemerkt als Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Daar kunnen regels bij horen over de publieke opdracht, de financiële verantwoording en de manier waarop publiek geld wordt besteed. Het wetgevingstraject loopt nog, dus de details staan niet vast. Wat wel duidelijk is: er komt verantwoordingswerk bij.
Die vaste lasten wegen relatief zwaarder als je klein bent. Een organisatie met honderd locaties kan kosten voor administratie, juridische ondersteuning, accountants, ICT, compliance en financiële verantwoording over veel vestigingen verdelen. Heb je drie, vijf of tien locaties, dan kunnen dezelfde verplichtingen relatief veel zwaarder wegen. Vanuit de sector zijn precies die zorgen geuit: kleine en middelgrote organisaties wezen tijdens de discussie over de WFK op extra administratieve werkzaamheden, accountantskosten en de vraag of zij de organisatie rondom de nieuwe financiering zelfstandig kunnen blijven uitvoeren. Voor sommige houders wordt fuseren, verkopen of aansluiten bij een grotere organisatie dan een reële optie. Wil je die keuze zuiver maken en niet uit tijdgebrek, dan helpt het om nu al te rekenen aan de administratieve kosten per kindplaats en aan je liquiditeit onder rechtstreekse betaling door de overheid. Bij zo'n doorrekening en de inrichting erna kan ondersteuning bij advies en interim het verschil maken tussen sturen en achteraf constateren.
Wat betekent dit voor jouw organisatie
- Maak je overnamedossier vooraf compleet. Leg per locatie kindplaatsen, bezetting, contractsoorten en wachtlijst vast, plus een overzicht van eerdere overnames in dezelfde regio. Dat is precies het materiaal waar een toezichthouder, bank of koper naar vraagt.
- Reken aan je administratieve kostprijs. Zet de kosten voor administratie, accountant, ICT en verantwoording naast je omzet en je aantal kindplaatsen. Zo weet je of extra eisen te dragen zijn of dat samenwerken echt goedkoper uitpakt.
- Plan ruimer voor een overname. Neem in je tijdlijn op dat toetsing mogelijk wordt zolang het wetsvoorstel in behandeling is. Houd rekening met extra maanden en met een scenario waarin locaties moeten worden afgestoten.
