De tijdelijke regeling die kinderopvangorganisaties toestaat om maximaal de helft van hun personeel in te vullen met mbo-studenten, wordt opnieuw verlengd. Dit keer met twee jaar. De maatregel was er om personeelstekorten op te vangen en te voorkomen dat groepen moeten sluiten. Maar de discussie erover is allesbehalve geluwd.
Waarom is er zoveel weerstand?
Ouders, medewerkers en brancheorganisaties maken zich zorgen over de gevolgen voor kwaliteit, veiligheid en werkdruk. Uit onderzoek van CNV, FNV, PPINK en BOinK onder ruim duizend pedagogisch professionals en ouders blijkt dat pedagogisch professionals juist meer werkdruk verwachten door het werken met studenten, en dat het vertrouwen van ouders afneemt. Gjalt Jellesma, voorzitter van BOinK, stelt dat ervaren professionals als het ware ogen in de rug hebben, iets wat studenten zonder voldoende praktijkervaring nog moeten opbouwen.
Dat die zorgen concreet zijn, laat ook het incident in Schiedam zien, waarbij een peuter per ongeluk alleen achterbleef in een gesloten opvanglocatie. BOinK ziet dit als een wake-up call voor de hele sector: goede procedures en gekwalificeerd personeel zijn geen luxe, maar een basisvoorwaarde.
Wat verandert er op papier?
De verlenging betekent dat de situatie voor de meeste organisaties voorlopig gelijk blijft. Tegelijk is er per 1 juli 2026 een wijzigingsbesluit gepubliceerd door OCW, waarbij onder specifieke voorwaarden ook beroepskrachten in opleiding formatief ingezet mogen worden op de VE-groep, met ingang van 1 januari aanstaande. Dat is een extra punt om in de gaten te houden als je VE-opvang aanbiedt.
Wat betekent dit voor jouw planning en bezetting?
Voor jou als ondernemer draait het bij deze maatregel om één praktische vraag: hoe houd je je bezetting op orde, zonder dat het je planning of je verantwoording richting de inspectie in de problemen brengt? Studenten tellen mee voor de bezetting, maar ze hebben begeleiding nodig van ervaren krachten. Dat vraagt om een strakke planning, zodat je altijd weet wie er op welke groep staat en wat de verhouding is tussen gediplomeerde medewerkers en studenten.
Goede plannings- en bezettingsadministratie is daarbij geen bijzaak. Als je dit niet goed bijhoudt, loop je het risico dat je bij een inspectiebezoek niet kunt aantonen dat je voldoet aan de regels. En met twee jaar verlenging is er alle reden om dit nu structureel goed in te richten, in plaats van elke week opnieuw te puzzelen.
Rust in de tent begint bij orde achter de schermen
De discussie over de studentenmaatregel gaat uiteindelijk over vertrouwen: van ouders in de opvang, en van de inspectie in jouw organisatie. Dat vertrouwen bouw je op met goede zorg voor kinderen, maar ook met een administratie die klopt. Wie zijn bezetting, zijn contracten en zijn uren goed bijhoudt, staat sterker, in goede tijden en in moeilijke.
Ben je benieuwd of jouw administratie aansluit op de eisen die er nu en straks aan worden gesteld? We denken graag met je mee.
