Op 12 juni was het de Internationale Dag tegen Kinderarbeid. Een goede aanleiding om stil te staan bij iets wat in de kinderopvang misschien niet als eerste op het netvlies staat: wat er schuilgaat achter de spullen die je inkoopt voor de kinderen in jouw opvang.
Bijna 138 miljoen kinderen werken wereldwijd
Volgens de Verenigde Naties en de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) werken wereldwijd nog altijd bijna 138 miljoen kinderen. Meer dan 54 miljoen van hen doen gevaarlijk werk dat schadelijk is voor hun gezondheid en ontwikkeling. Dat zijn geen abstracte getallen. Het gaat om kinderen die zouden moeten spelen, leren en opgroeien, precies wat jij elke dag voor de kinderen in jouw opvang mogelijk maakt.
De kinderopvangsector trekt die lijn door naar de eigen inkoop. Want wat je inkoopt voor kinderen hier, mag niet ten koste gaan van kinderen ergens anders.
Zeven organisaties doen mee aan het project
Brancheorganisatie Kinderopvang (BK) en Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK) werken samen met zeven kinderopvangleden aan een concreet project rondom duurzame inkoop. Daarin zitten ook het Waarborgfonds Kinderopvang en de ngo's Global March Against Child Labour en Terre des Hommes. Leveranciers Van Kekem Fruit, Spoony en Heutink zijn aangehaakt om te toetsen of de uitkomsten van het project ook in de praktijk werken.
De eerste resultaten zijn nu zichtbaar. Daarmee maakt de sector een stap van bewustwording naar echte actie.
Wat levert het op?
Binnen het project worden praktische hulpmiddelen ontwikkeld die organisaties helpen om bewuster in te kopen. Denk aan beleid voor verantwoord ondernemen, gedragscodes voor leveranciers, risicoanalyses binnen productieketens en richtlijnen voor samenwerking met leveranciers. Het gaat dus niet om mooie woorden op papier, maar om tools die je direct kunt gebruiken.
Er wordt ook gewerkt aan specifieke situaties in landen waar kinderarbeid voorkomt in de productie van goederen die de kinderopvang inkoopt. Dat maakt het concreet: niet alleen de eigen organisatie doorlichten, maar ook de keten er achter.
Wat kun jij hiermee als ondernemer?
Je hoeft dit project niet zelf te trekken. Maar het is wel een goed moment om je even af te vragen: weet ik eigenlijk waar mijn speelgoed, fruit of lesmaterialen vandaan komen? Heb ik ooit gevraagd hoe een leverancier omgaat met de productieomstandigheden?
Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Een gedragscode voor leveranciers opnemen in je inkoopbeleid, of bij een nieuwe leverancier een paar gerichte vragen stellen, is al een begin. De hulpmiddelen die uit dit project komen, zijn straks voor iedereen in de sector beschikbaar. Dat maakt de drempel laag.
Kleine stap, groot verschil
De kinderopvang is er voor kinderen. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dit project laat zien dat die verantwoordelijkheid verder reikt dan de eigen locatie. Eerlijk inkopen is geen luxe, het past gewoon bij wie je als sector wil zijn. En met de hulpmiddelen die er nu aankomen, hoef je het ook niet alleen uit te zoeken.
